Thuis is Gods huis
-
1. Bij u, Heer God, voel ik me thuis,
wilt u mij vinden in uw huis,
uw liefde in mij wakker maken,
al heb ik soms een dwars geloof.
Ik zoek u en ik kijk omhoog
en voel me klein bij uw genade.
Mijn anker is omhoog gegooid
naar God, want hij vergeet mij nooit.
2. Geloof is hoop, voorlopig loon.
Ik haak mijn anker aan Gods troon
en maak me vast aan zijn mysterie,
dat dit de weg is die ons draagt:
een God, geboren uit een maagd,
als mens gekomen naar de wereld,
een kruis van liefde en een graf
dat open ging van binnen af.
3. Wie hoog omhoog kijkt, ziet de stad
die u allang hebt liefgehad:
een moederkerk die neer zal dalen,
uw wereldstad waar liefde heerst,
waar anders zijn wordt gewaardeerd,
en ieder vrij kan ademhalen,
waar ieder vrolijk wordt gekend,
en ik mag worden wie ik ben.
4. Waar wij met lege handen staan,
breekt u zich als een stormwind baan,
een vlam van hoop waar mensen bidden,
een duif die onze harten leest.
Dit is de zangvlucht van de Geest.
U komt spraakmakend in ons midden
als nieuwe taal die vleugels heeft,
als zoete wijn die vreugde geeft.