Tafelgebed
Weer ging in een geladen sfeer
uw prevelende stem verloren
die haast onwillig werd geboren
binnen het raadsel ommekeer.
‘Zie in genade op ons neer’.
Hoe moesten we dat stamelen horen?
Het klonk in onze kinderoren
alsof u sprak: ‘aardappels weer’.
Een spreuk die een geheim omschrijft:
‘geef dat geen van ons achterblijft’.
Het heeft me toen zo vaak verward.
Maar uw stem als zachte donder
slaapt niet sinds u werd afgezonderd,
sluipt in de stilte van mijn hart.
Ria Borkent
Uit: Gaatjes in mijn oren, © Kok 1994