Specht
Midwinter naar de vroege dienst,
ijs bevestigt de singel.
Langs laagjes ingezonken wit,
vuilkorst waar aarde onder zit,
over het platgetreden pad.
Gewenning ziet de bomen niet,
hoort geen stilte opklinken.
Die zondagmorgen plotseling
de roffel van een bonte specht,
als een op hol geslagen klok
die kort en bondig ‘kom’ herzegt,
een opgewonden hartenklop,
vermolmd hout dat gedotterd wordt;
leven aan hout beklonken.
Ria Borkent
Uit: Gaatjes in mijn oren, © Kok 1994