Ekster
De ekster in zijn nette pak
zit op het randje van het dak
en redekavelt luid.
Zijn steelse blikken zijn gescherpt
als hij zich van de dakstijl werpt,
hij barst in schateren uit.
Uiteengereten merelnest,
hier viel een ekster – stemmig vest –
gekscherend op de buit.
Een hoge heer met laag moreel,
een witteboordencrimineel.
Ria Borkent
Uit: Gaatjes in mijn oren, © Kok 1994